Vakantiehuis in Musso - Comomeer
Het bewoonde deel van Musso wordt gedomineerd door de grote marmergroeven in de Sasso di Musso, die sinds eeuwen marmer leveren voor gebouwen en monumenten in het gebied van de Lario (de Dom van Como) en Lombardije (Arco della Pace en het herdenkingsmonument van Milano). Musso wordt gekenmerkt door de antieke huizen die langs de Provinciale weg Strada Regina staan, en door de lage booggalerijen op het pleintje bij de pier. In de zestiende eeuw stond hier het kasteel van Medeghino. Bezienswaardigheden: De kerk van Sint Biagio. Een kleine parochiekerk met middenschip en twee zijbeuken, gebouwd tegen het eind van de veertiende eeuw op de restanten van een voorgaande Romaanse kerk, waarvan het uiterste deel van de apsis overgebleven is. Vervolgens werden de kruisgewelven van de zijbeuken toegevoegd, de centrale poort, de valse bossage fresco’s op de voorgevel, de kleine booggalerij aan de zijkant, de klokkentoren en een klein pleintje met een Romaanse marmeren doopbassin, nu omgebouwd tot fontein. De kerk Sant’Eufemia, gebouwd op de rand van de Sasso, steekt van verre af door zijn witte kleur. Een overlevering vertelt dat een vrouw van Sueglio uit haar dorp verbannen was, omdat zij bij haar medeburgers onpopulair was. Om haar geloof te bewijzen lukte het haar om het meer over te steken, door de wateren met een timmermans zaag te scheiden. Na eenmaal de klippen van Musso te hebben bereikt, trok zij zich terug als een kluizenaar en wijdde zich aan liefdadigheidswerken waardoor zij het vertrouwen van de inwoners van Musso won, die bij haar dood besloten een kerk voor haar te bouwen. De ‘Giardino del Merlo’ (tuin van de Merel): een apart exemplaar van een exotische tuin, dat al sinds vele jaren verwaarloosd is, maar ooit pronkte met Agaves, Dadelpalmen, Vijgencactussen, Camelia’s en Sequoias. De verkenning ervan is nu praktisch onmogelijk en bovendien gevaarlijk, maar de tuin kan eventueel van bovenaf bewonderd worden vanaf de Santa Eufemia. Het kasteel van Musso: gedurende de vijftiende eeuw eigendom van de familie Malacrida, werd het in 1508 aan Gian Giacomo Trivulzio verkocht die de rotsburcht versterkte, het recht verkreeg zelf munten te slaan, en nog een kasteel bouwde. Van 1522 tot 1532 werd het kasteel bezet door Gian Giacomo De’Medici, ookwel ‘il Medeghino’ genoemd, een legendarische figuur, de broer van Pio de vierde, die het verder versterkte door de toevoeging van nog een reduit. Hiervandaan kon een eventuele bestorming van het stadje gecontroleerd worden. De vesting was beschermd door een dubbele lijn van bastions en door een gracht bezaaid met puntige palen en scherpe lemmetten. De toegang was via een ondergrondse spleet, via een loopgraaf vanaf Musso en via een weg vanaf Dongo, nodig voor het transport van de artillerie. Van het kasteel zijn de ruines nog zichtbaar, verdedigend opgesteld op de Sasso.
... Toon meer